More biking Belgians bring beer

Beer and rasberry jam from Belgium. c/o Stefaan and his bike

Next year we will be running a “Transition Ambassadors Training programme” for 20 or so activists from Belgium.  At the end of October, the super-enthusiastic Stefaan visited us on a reece trip.  Like many of his countrymen who have come before,  he came on his bike and he brought us Belgian beer (by bike!).  This is his report. I hope your Flemish is up to it!   (We have learned that ‘framboos’ means ‘raspberry’ c/o his homemade raspberry jam.  delicious!)

 

Gebroeders Segaert verkennen het transitieverhaal van Totnes

 

Zondag 27 oktober 2013 (namiddag)

Ann Monroe vraagt of het geen probleem is om met mijn broer in één bed te slapen. Ik mail terug dat ik tot mijn veertiende het bed thuis met Patrick deelde. Het wordt dus zoals in ‘the old times’.

Deze ochtend pluimenstand opgekrikt met mortel te draaien bij Walter en noten te verletsen aan Pieter en Joke. Veel gebabbeld, gekLETSt,uitgewisseld. Sofie prepareerde veggiepasta voor onderweg op basis van rode biet. Ik pluk de laatste kerstomaatjes in de tuin en twee nageboortes van de pompoenplant, geschenk van een zachte herfst. Nog een brief naar iemand van Vleugel D van de gevangenis van Gent. Morgen naar Totnes, de geschenken van het leven zijn niet eerlijk verdeeld. Lucky basterds we are.

Zondag 27 oktober 2013 (avond)

Daags voordien vraagt Patrick: Wat mee te doen van bagage? Ik antwoord na het geslaagde Halloweenfeest op school :

 

“Slaapzak is niet nodig

Een pot beleg voor onderweg mss ?

Een mes, onderlegger

Leesvoer mss ook, we zullen wat uren in stations en boten en treinen doorbrengen Jommekes bvb Ik heb ook enkele kado’s mee voor de mensen waar we slapen en die ons ontvangen Wat kleinkunst cd’s bvb, Belgische biertjes …

Peperkoek is ook altijd nuttig

Een bankkaart en vooraf al wat afnemen , voor ponden was ik zelf te laat. De trein is niet echt goedkoop op het eerste zicht , met fietsen erbij schat ik H en T 250 euro op zijn minst Mss ook wat kaas voor op de boterham, doe jij brood mee ? kunnen we onderweg ook nog aanschaffen Zoals ik nu reken : 9 uur inchecken , 10 uur de boot, 12 uur in Dover, daarna trein naar London, het is 5 uur treinen als alles vlot loopt. See you Saf. “

 

Ook gisteren: Rosario helpt Anna met een Franse tekst over de Dreyfuss-affaire en een reactie van Emile Zola daarop. Ik ben benieuwd in welke mate de Lokerse pluimen verschillen en gelijkenissen vertonen met de Totnes Pound.

Maandag 28 oktober 2013

Er is een klein mirakel gebeurd: onze fietstocht naar Duinkerke met extreme tegenwind leverde vertraging op,  de boot in Duinkerke had wegens storm op zee anderhalf uur vertraging, het treinverkeer naar Londen vanuit Dover Priory is ernstig verstoord en na weeral een helse fietsrit van Londen Saint-Pancreas naar Londen Paddington Station vertelt de Pakistaan met tulband achter het loket dat we een prima verbinding naar Totnes hebben. Ik kan de man wel kussen. Een kniesoor die zeurt dat ook deze trein met ‘delay’ wordt geconfronteerd. De storm heeft lelijk huisgehouden op het Britse eiland.

Dinsdag 29 oktober 2013, voormiddag

De eerste verkenning op klaarlichte ochtend van Totnes en omgeving. High Street is de centrale as in de stad, het bulkt er van de ‘organic restaurants’ en ‘locally food pubs’. Een map ‘Independant cafés, restaurants en pubs’ groepeert ze: vierenveertig om precies te zijn. We fietsen ook prachtig langs de rivier Dart richting Darlington (plaatsnamen zijn pure poëzie, we zullen later in Dartmeet en Dartmouth passeren),bezoeken Schumacher College. Merel had me op dit opleidingscentrum gewezen en Merel had ik op de Oikosdag van Michel Bauwens ontmoet. Er is onder andere een volwaardige master rond duurzaamheid en transitie, een spin-off van de universiteit van Plymouth. We maken een praatje met George, één van de participanten. Hij waardeert de ‘holistic approach’. In de bibliotheek een schat aan literatuur, ik bevoorraad me met ‘The Power of Just Doing Stuff’ van Rob Hopkins, de stichter en bekend gezicht van de Transition Movement. Er was een levendig debat op internet over zijn reeks lezingen in Amerika. Rob reist meestal met de trein en nam sinds vele jaren het vliegtuig. Hij is toch gevlogen en werkte een indrukwekkende reeks presentaties af in de States, vertelt Ann Monroe waar we verblijven. Zij is een persoonlijke vriendin van Rob en Amerikaanse. Samen met Rob hebben ze een stuurgroep opgericht om een lokale brouwerij op te richten. Onze Westmalles en lokale Bieke’s Bier vallen als geschenken erg goed in de smaak.

 

Dinsdag 29 oktober 2013, namiddag

Meeting met Hal Gimore om 14 uur. Ik ben reeds enkele maanden aan het mailen met Hal, via Rudy Dhondt kwam ik Hal op het spoor. Deze namiddag is een introductie rond de dynamiek en inhoud van Transition Town Totnes (TTT). Er zijn drie deelneemsters die mee in het Transitieaanbod worden gedompeld. Justina is net in Totnes komen wonen en is erg geïnteresseerde in eco-therapie. Caudillia woont op 30 mijl en werkt met apen in graafschap Cornwall. Béatrice is van Parijs,betrokken bij tal van permacultuurinitiatieven. Is Totnes de perfecte utopie? (natuurlijk niet) Hoe is de relatie met het ruime publiek? Hoe is het gesteld met de beweging na zoveel jaren? Vragen worden opgelijst door Hal.

In de uitleg van Hal maar later ook van Jay zal blijken dat voedsel en economie belangrijke rode draden zijn in het verhaal van Totnes. Ter nuancering situeert Hal de regio als hier en daar wat rood-groene oases in een blauwe omgeving. De onderstroom in deze regio maar ook in Totnes is eerder conservatief en traditioneel.

Collections of gifts from Belgium, c/o Stefaan.

TTT wil kritisch kijken naar de klassieke economie maar wordt in de perceptie vaak verengd tot anarchisme, anti-kapitalisme, supergroen terwijl er ontzettend veel pragmatiek aan te pas komt. We starten bij Rob Hopkins, een leraar perma-cultuur die zijn studenten prikkelde met begrippen als olie-schaarste en de analyse dat goedkope olie en de eeuwige beschikbaarheid een leugen is. Het positief alternatief gaat over ‘hoe gaan we (over)leven?’ en ‘wat is mijn rol in dit verhaal?’ Hal onderstreept dat de principes van permacultuur zeer fundamenteel zijn, in de film ‘The End of Suburbia’ wordt alles mooi samengevat. In de beginjaren wordt heel veel gewerkt met de open space-methodiek, ten grondslag daarvan ligt het idee dat het productiefste op studiedagen in de plaspauzes gebeurt. Open Space werkt niet vanuit expertocratie maar eerder vanuit passies van mensen en horizontaal leren. (Hans, kun jij voor de vrijwilligersakademie daarrond een doe-vorming verzorgen?).

 

Studenten van Rob dachten na over olie-onafhankelijker leven en lokale weerbaarheid en in navolging van hen zagen veertig projecten gedragen door burgers in de eerste drie jaar het levenslicht. Met een heel sterk eigenaarschap. Praktisch. Veelal op straatnivo. Het zijn de ‘crazy’ jaren. Op sommige evenementen zijn er vijf deelnemers, op andere dertig, nog andere verwelkomen 150 mensen. Deze projecten zijn niet op het intellectuele gericht maar volgen de baseline van Andrew Simms (Transitiefestival Gent, oktober 2012) , ‘heart, hands and head’.

Na de stormachtige beginjaren wordt er meer strategisch nagedacht. We zouden het fase twee kunnen noemen. Een lokaal klimaatplan, een plan rond economische transitie, een plan rond Verkeer en transport en projecten in verband met Innerlijke Transitie (waarom en waarvoor wil je vechten is een betere focus dan spiritualiteit) zien het licht.

Nog een focus, Hal spreekt razendsnel: je moet je met de economie bezighouden, anders blijft het morrelen in de marge. Daarover zal Jay straks uitvoerig illustratie geven (zie ‘Reconomy’).

In de beginjaren wordt tot op vandaag ook geëxperimenteerd met Transition Streets, er zijn zeven sessies waarbij buren samenkomen en op het nivo van hun eigen huishouding kijken naar hun elektriciteitsverbruik, waterconsumptie, transport … Een deelneemster getuigt in een mooi filmpje: ‘It’s on a fun level without suffering’. Meer dan zeventig groepen namen intussen deel, ruwweg is al twintig procent van de stad hierbij betrokken geweest.

Een mantra die ook telkens terugkeert (en die ik vanuit mijn LETS-ervaring heel erg onderschrijf): werven van mensen doe je door het perspectief van een mooier en beter leven. Uitgerafeld kan dat betekenen: een betere verstandhouding met de buren, meer geluk, een lager CO2-verbruik ….

We verlaten het buro en gaan op stap. Hal toont ons gebouwen die verbonden zijn met de vroegere lokale economie (houtnijverheid en zuivelfabriek), een graanmolen, een grote bakkerij waar nu een immobiliënmaatschappij de duurdere broodjes bakt. In het park legt hij de lokale kaart van de regio open: Totnes was via de rivier verbonden met de zee, met handel via boten over zee. De economische welvaart en groei van Totnes was gebouwd op een lokale economie, een beeld dat Hal vaak oproept.

In het Reconomy Center staat Jay (een Amerikaan van Seattle) ons te woord. Hij overloopt de ‘Local Economic Blueprint’, een plan dat de lokale economie echt moet boosten en versterken. Hoe doe je dat? Hoe doet Jay dat? Breng sleutelfiguren op sleutelposities samen in een netwerk en stel de vraag: wat doet de lokale economie nu? Wat willen we dat ze doet? Welke hefbomen willen we ze geven? Welke stappen zijn daarvoor nodig? Na het uitwerken van een gezamenlijke visie worden vier sectoren afgebakend waarin acties plaatsvinden en projecten worden ‘gekapstokt’:  voedsel, woningen, eigen hernieuwbare energie, gezondheid en zorg.

Toegepast op energie is de harde analyse: onze huizen zijn het slechtst geïsoleerd van heel Noord-Europa, ‘fuel poverty’ één van de gevolgen. Verkijk je niet op de hippe High Street,heel wat mensen van Totnes moeten peperdure verwarming betalen, ze wonen in superslecht geïsoleerde woningen en nemen noodgedwongen tot eenzijdig goedkoop voedsel hun toevlucht. Het Reconomy Center stelt zich telkens de vraag bij deze grote maatschappelijke uitdagingen: Wat is het potentieel? Hoe kunnen we met de stakeholders hieraan werken?

Aanmoedigen van lokaal ondernemerschap is een andere focus van dit centrum. Netwerking vaak een gouden en noodzakelijke formule. Een lokale school verankerde een ‘Community Supported Agriculture’ (zoals de Volle Grond in Tielrode) op zijn schoolterrein. Lokale weerbaarheid verhogen,het overvloedige sociaal kapitaal aanspreken, wetenschappelijke kennis inzetten, tot een broeihaard van ideeën komen. Een model dat volgens Hal voortdurend in tal van projecten terugkomt: via bewustmaking,via onderzoek en analyse, opzetten van sterke netwerken, verbaasd zijn over allerlei sterke initiatieven die ‘ontstaan’.

Hij past het toe op een gemeenschapstuin op wandelafstand: psychiatrische patiënten worden in een samentuinproject samengebracht met coaching van enkele ervaren tuiniers. Door samen in bakken te kweken (hou de vorming van Carine in de volgende brochure in de gaten!!!) wordt isolement doorbroken, kunnen vaardigheden geoefend worden,mensen zijn in de natuur, zijn trots op hun geteelde productie, eten gezonder, eten bio wat ze normaal niet kunnen permitteren.

 

Mijn hoofd tolt bijna, ik heb nu tijd nodig om alles op een rijtje te zetten, het vervolggesprek van donderdag met Jay en Hal voor te bereiden  rond een mogelijk programma voor de Transitie-ambassadeurs van het Waasland en de Denderstreek. Ik ben eerlijk gezegd een beetje bang van de schaal van Totnes, de ambities overstijgen initiatieven als Repair Cafés, LETS-groepen, Samentuinen met een tiental mensen. De omkadering is goed uitgebouwd, de expertise verbluffend, weliswaar gestoeld op massa’s vrijwilligerswerk. Gaan we mensen niet intimideren met het voorbeeld van Totnes? Mijn eerste gedachten: het programma zal voldoende visueel moeten zijn, op projectnivo eerder dan op een globaal nivo. Niet te akademisch. Dat kunnen we thuis doen.

Mijn broer en ik eten vegetarisch, er is hier zoveel keuze. We drinken Guiness maar de vragen laten me niet los, ik neem ze mee naar bed.

Woensdag 30 oktober, voormiddag

Lang gesprek aan het ontbijt met uitstekende koffie met Ann en John over Obamacare, Jimmy Carter, de Tea Party, John Steinbeck en Geert Mak, transitie in New York, mijn zoon in en over en rond de Rocky Mountains, de mogelijke kandidatuur van Hillary Clinton in 2016. Ann is van haar geknelde zenuw verlost, slikt nu codeïne en pijnstillers, John heeft zijn maag weer op orde.

We fietsen naar het Dartmoor National Park via Buckfastleigh en genieten van glutenvrij gebak en koffie in Holne. Overal waar we transitie ter sprake brengen is er instemmend geknik of enthousiast meeleven. Lee overhandig is de Vormingplusbrochure, leg het concept uit van een Repair Café, hij toont ons zijn futuristische eco-woning. Lee woont bijna honderd procent zelfvoorzienend en we zijn welkom in 2014. Margaret startte een LETS-groep in Schotland en baat  nu een massagesalon uit in Totnes. We botsen overal op lieve mensen die ons inspireren, aanmoedigen, uitdagen. Een bericht van Sofie dat Joachim zaterdag naar België vliegt en nog twee dagen in New York toeft. We zetten onze tocht verder met muffin-energie. Het winkeltje en de tea-room blijken uitgebaat door vrijwilligers die zo een alternatief scheppen voor de laatste buurtwinkel die zijn deuren sloot. Transitie zegt u? Lokaal je eventueel bespoten prei kunnen kopen en niet voor alles een wagen nodig hebben hoort daar zeker bij.

Dartmoor National Park is een prachtig uitgestrekt gebied, heuvelachtig, enkele serieuze kuitenbijters, flashbacks aan het gebergte van Albanië en Kosovo dit jaar. Ons verste punt is Two Bridges, via Dartmeet (waar twee kleinere ‘Darten’ samenvloeien) fietsen we terug. Het weer is excellent, enkel de laatste tien mijl worden we op regen onthaald. Dartmoor: sterke flashbacks aan de streek rond Connemara in Ierland. Schapen op de weg, aangevuld met pony’s die uit de Bronstijd zouden afstemmen. De velden zijn zowel groen als bruinig, de Dart slingert zich door het park, oude stenen bruggen geven extra glans aan de tocht. Overal waar je kijkt: een gevoel van ruimte. Fysieke ruimte die me helpt om geestelijke ruimte te creëren. De geest is zoveel meer dan gedachten, vertelde Zensanghaleraar Frank De Waele veertien dagen geleden. In de ruimte van de geest verwijlen is vrijkomen van de vele gedachten (geloof me, niet makkelijk voor ondergetekende) die passeren. De fietstocht benadert het zalig gevoel van de rust en stilte van de Boeddhistische meditatie die we met elf deelneemsters oefenden. Op de trein las ik Bernie Glassman’s ‘Erkennen wat is’: “Tijdens diepe zenmeditatie lossen onze identiteit en ik-structuur zich op. Na verloop van tijd wordt onze geest transparanter en ruimer en daardoor houden we minder vast aan allerlei ideeën en voorstellingen over wie we zijn. Op dat moment ontdekken we onze eenheid met het leven. We zien dat we niet alleen zijn wie we dachten te zijn, maar ook dat we het hele universum zijn” (p91)

Als ik de geëngageerde zenleraar drie pagina’s eerder lees, “we vertellen verhalen die waar zijn en verhalen waarvan we zouden willen dat ze waar zijn” komt de transitiebewegingsdynamiek mijns inziens ontzettend dichtbij.

Patrick heeft zadelpijn en is compleet geveld van de tocht en heeft zin in een reuzegrote biefstuk. Met onze laatste krachten gaan we lekker eten, lezen Rob Hopkins en bereid ik het gesprek van morgen met Jay en Hal voor. De lezing in het Schumacher College laat ik voor wat ze is, groot worden is ook leren ‘to kill my darlings’.

Donderdag 31 oktober 2013

Een druk bezocht publiek speelpark (nog niet alles is geprivatiseerd in Engeland) in Paignton op vijf mijl van Totnes, een grote kuststad in Devon. Er is veel volk op straat. De passanten lijken armer, lijken een zwaarder leven achter de rug te hebben dan de shoppers in Totnes. De stad heeft prachtige Victoriaanse huizen maar er is ook vergane glorie.

Deze morgen hard gewerkt, hard onderhandeld met Jay en Hal, hard uitgewisseld en de ruwe lijnen van het programma vastgelegd. Het gaat over inhoud en over centen.

Op vlak van akkomodatie hebben we een prima lokatie op het oog, in een school voor Talen voor buitenlandse studenten zouden we op wandelafstand van het station en het centrum van Totnes terechtkunnen (www.languageingroup.com) . 21 pond per nacht per persoon, scherper zal ik de prijs niet krijgen. Er zijn ruimtes om te werken en een eetzaal voor het ontbijt die we mogelijks in eigen beheer kunnen claimen voor drie dagen.

The Big  Green Canoe is onze belangrijkste gesprekspartner met veel ervaring in het ontvangen van groepen (veel Zweden, maar evengoed mensen van Afrika) en ontwikkelen van programma’s op maat. Er is een mix van werkvormen mogelijk en –financieel niet onbelangrijk- ook de keuze om twee of drie dagen met hen in zee te gaan.

Op donderdag 30 april zou er een algemene inleiding (kunnen) plaatsvinden, wie weet met Rob Hopkins of met Fiona die één van de vier pioniers is van het TTT-verhaal.  Een enthousiasmerende kick-off dus. In de namiddag zouden we de stad intrekken om ‘inspirerende’ voorbeelden van dichtbij te bekijken, maar nogal altijd vanuit een helikopterperspectief.  De starter van de ochtend zou ook kunnen bestaan uit het prikkelen van visie via open space-achtige methoden.

Op vrijdag 1 mei kan de groep in thema-clusters worden ingedeeld. Lokale economie en lokale munt (hoewel Bristol een sterker verhaal heeft over ‘local currency’, de hoeveelheden Bristol Pound op jaarbasis doen duizelen) kan één deelgroep vormen, (lokaal) voedsel een andere, ook huisvesting is een optie. Transition Streets lijkt me erg bevattelijk en krachtig. Ook vrijdag zou kunnen worden voorafgegaan door een sessie ‘visioning’.

Op dag drie zouden we in eigen beheer ideeën en indrukken kunnen delen met de Belgen onder elkaar. Niet alleen in functie van een betaalbaar programma maar ook om één en ander te laten bezinken, te hercoderen naar de lokale context, na te denken waar we lokale transitie-dynamieken kunnen ontwikkelen, eerste projectvoorstellen in Wichelen, Kruibeke en Beveren op te lijsten.

Het gesprek met de Sociale Innovatiefabriek op 16 december zal hopelijk uitzicht bieden op co-financiering. Jay informeert of ik Grundtvig ken. Een stimulans voor me om een afspraak te maken met Renilde Reynders van vzw EPOS om Europese subsidiemogelijkheden af te tasten.  Het prijskaartje voor de deelnemers is mijn grootste bezorgdheid, tot nu toe beet ik mijn tanden stuk op medefinanciering. Met een meer geconcretiseerd voorstel en programma kunnen er misschien nieuwe deuren worden geopend, desnoods prostitueer ik me voor Lion’s Clubs of de Nationale Loterij.  PS: alle hulp is welkom.

 

Let’s bike, het hielp al zo vaak om openingen te zien in lastige kwesties. Als fietsen al zin geeft,is het voor mij omdat het zen geeft. Er slingert een heerlijk fietspad tot in Goodrington, ik verlaat de zee via Galmpton en in een Midsommer Night’s Murder-omgeving tot het prachtige Stoke Gabriel. Een landschap dat tot de verbeelding spreekt,het hart sneller laat kloppen, ook al omdat het wel een trainingsprogramma voor de heren Froome en Wiggins lijkt. Dorpjes ontzettend schilderachtig, de stilte hoorbaar als je de kleine bebouwde kommetjes verlaat. Ben zeer gelukkig met mijn fiets die me overal brengt waar ik naartoe wil. Geluk dat ik vier met een browney gebakje in tearoom Fat Lemons in Totnes.

Er is ruimte voor nieuwe vragen:

Hoe is de relatie van TTT met de lokale en regionale overheid? Kunnen jullie ook training rond activisme aanbieden en/of workshops rond ‘hoe bouw je netwerken rond je project?’. Of zijn dat uitdagingen voor de Vrijwilligersakademie? Veel transitie-initiatieven sterven immers een snelle dood omdat ze op een te kleine kern van altijd maar meer vermoeide trekkers steunen. LETS-groepen weten (vaak) waarover ik het heb. Hoe hou je de transitiebal aan het rollen? Mosterd valt te halen bij Anna O’Brien die negen elementen opsomt (p68, The Power of Just Doing Stuff, Hopkins)

  1. Een goede inschatting van tijdsengagement om iets op te starten
  2. Goede menselijke vaardigheden (verwelkomen van mensen, luisteren, met verschillen omgaan)
  3. Macht eerlijk en transparant verdelen
  4. Realistisch zijn
  5. Geloofwaardigheid
  6. Je rol als initiator zien, anderen zullen in een latere fase mss een grotere rol spelen
  7. Ervaring met het begeleiden van groepen en –processen
  8. Goede administratieve vaardigheden (site, mailbestanden, …)
  9. Goede nuttige netwerken met mensen en organisaties in de lokale gemeenschap .

Ik ben verbluft door zowel de eenvoud als de kracht van hoe Rob Hopkins zijn toekomstvisie uitdrukt. Hoe heerlijk moet deze oefening niet zijn met twintig transitie-ambassadeurs uit het Waasland en de Denderstreek aan de boorden van de Dart of de Durme? Ik waag me aan een vertaling: ‘Het is een toekomstig waarbij we ons meer verbonden voelen met de plaatsen waar we leven, waar onze maaltijden meer seizoensgebonden en lokaal zijn, en waar onze stedelijke landschappen vol van voedselproductie zijn in een brede smakenketen. Ik hoop dat ik dit tijdens mijn leven nog zal zien. Het is een wereld waarin we opnieuw tijd zullen hebben om met elkaar te praten, waarin we vaardig zijn, aangepast en vol vertrouwen. Het is een plaats waar onze verwarmingskosten verwaarloosbaar zijn, waar nieuw gebouwde huizen prachtig zijn, vol van ambacht en creativiteit en hun inwoners niet opzadelen met een afbetaling van dertig jaar. Het is een wereld waarin lokale economieën meer divers zijn, standvastig en ondernemend. We zijn misschien niet in staat om naar New York te vliegen voor koopjes, maar we kennen onze lokale handelaren, telers en verdelers.’ (p78)

 

 

 

Vrijdag 1 november 2013 (’s nachts)

Opgestapelde gedachten over Totnes :

  • Verkijk  je niet op de hippe High Street
  • De auto in deze streek is ontzettend dominant, je ziet er nauwelijks fietsers
  • Één van de centrale baselines van Hopkins ‘ja, er is klimaatopwarming, ‘what a hell of an opportunity’ (vrij naar Ann Monroe)
  • Transitie moet zich moeien met economie, anders blijft ze iets onbenullig in de marge
  • Waar Totnes vandaag staat altijd relateren aan de vrucht van heel wat pionierswerk
  • Het wordt niet simpel om een zeer divers scala aan mensen die willen instappen als transitie-ambassadeur een programma aan te bieden
  • Ik doe mijn job doodgraag maar heb ook angst voor fragmentatie,overal een beetje mee bezig zijn roept een verlangen tot de-fragmentatie op (om echt holistisch te leven en te aarden zou ik zoals Ton Lemaire radicaal moeten breken met mijn eigen rat race en me bijvoorbeeld ook in de Dordogne moeten terugtrekken)
  • We zouden mensen van Totnes ook moeten uitnodigen naar Vlaanderen en hen onze Repair Cafés, Voedselteams en LETS-groepen tonen (ze zijn trouwens niet echt vies van dat idee)
  • Het is zinvol om waar we kunnen het Transitieverhaal en de transitiedynamiek verder uit te dragen maar het woord evangeliseren wil ik niet in de mond nemen
  • Nadenken over ‘the long term’ , in welke wereld willen we leven is geen luxueuze oefening à ik zou kunnen beginnen met een initiatief te nemen op het werk, in de LETS-groep , of nu dinsdag als we zoeken wat Lokeren van Havanna kan leren (20 uur, zaal in Spoele 37, Ter oude Kerke) ; er is nog plaats .

Vrijdag 1 november 2013 (rest van de dag en de nacht)

Afscheid van John en Ann, treinen naar Londen, boot Duinkerke om 22 uur, De menselijke konditie van Arendt lezen, in Duinkerke de verkeerde afslag nemen en via Bergues de Panne bereiken door de kletsnatte Moeren, twee uur kou lijden op de markt van Veurne, Turks brood eten, Patrick bedanken, deze tekst opdragen aan Ronny die deze heerlijk trip moest missen.

 

Stefaan Segaert , educatief medewerker Vormingplus Waas-en-dender , zaterdag 2 november 2013 

 

Next Post:
Previous Post:
This article was written by